ECLI:NL:RBDHA:2021:7128 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 20/9274 V-nummer: [Nummer] uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen [Naam], verzoeker, gemachtigde mr. H.K. Jap A Joe, tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Overwegingen De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/9273 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2021:7128 · Rechtbank Den Haag: H.K. Jap A Joe, tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Overwegingen De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/9273 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 20/9274 V-nummer: [Nummer] uitspraak van de voorzieningenrechter voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen [Naam], verzoeker, gemachtigde mr. H.K. Jap A Joe, tegen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Overwegingen De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak buiten zitting. De voorzieningenrechter is verzocht om hangende beroep in de procedure met zaaknummer AWB 20/9273 te bepalen dat verweerder de uitzetting van verzoeker achterwege dient te laten, totdat op het beroep is beslist.
In het onderhavige geval is er geen aanleiding tot het treffen van de gevraagde voorziening, nu op 23 juni 2021 op het beroep is beslist. Het verzoek is kennelijk ongegrond en wordt daarom afgewezen. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van G. de Keuning, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekend gemaakt op 6 juli 2021. Afschrift verzonden op: