Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2021:2913 ECLI:NL:RBDHA:2021:2913 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2021:2913 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2021:2913
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.1033 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. N.M. de Houwer-van Wijk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: G. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 21 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2021:2913 · Rechtbank Den Haag: Verweerder heeft op zitting verklaard dat volgens zijn registratie eiser per 26 januari 2021 uit het AZC Budel met onbekende bestemming is vertrokken. Verweerder heeft toegelicht dat hij naar aanleiding daarvan telefonisch contact heeft gehad met de gemachtigde van eiser, en dat zij heeft verteld dat zij al een hele tijd geen contact meer heeft met eiser.

Keywords

AI generated
deportation in asylum proceedings post-flight political activities unlawful stay detention under immigration law departure from a country expatriation and foreign residence allowances

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.1033 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. N.M. de Houwer-van Wijk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: G. Cambier). Procesverloop Bij besluit van 21 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.1034, plaatsgevonden op 12 maart 2021 in Breda. Eiser is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De gemachtigde van eiser heeft op 11 februari 2021 laten weten dat zij en eiser niet aanwezig zullen zijn op de zitting.

2. Verweerder heeft op zitting verklaard dat volgens zijn registratie eiser per 26 januari 2021 uit het AZC Budel met onbekende bestemming is vertrokken. Verweerder heeft toegelicht dat hij naar aanleiding daarvan telefonisch contact heeft gehad met de gemachtigde van eiser, en dat zij heeft verteld dat zij al een hele tijd geen contact meer heeft met eiser.

3. Uit bericht van de gemachtigde van eiser van 12 maart 2021 blijkt dat het telefonisch contact met verweerder inderdaad heeft plaatsgevonden. Daarbij is vermeld dat uit navraag bij het COA is gebleken dat eiser niet bekend is met zijn gegevens in het COA.

4. De rechtbank gaat af op deze informatie en leidt daaruit af – mede gelet op de vaste jurisprudentie van de Afdeling – dat eiser geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft dus geen belang meer bij de beoordeling van dit beroep.

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2021 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.