ECLI:NL:RBDHA:2021:14616 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB21/2971 V-nummer: [Nummer] uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker, gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen ongegrond verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 16 december 2021, zaaknummer AWB 21/3152, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2021:14616 · Rechtbank Den Haag: Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, op 23 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB21/2971 V-nummer: [Nummer] uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [Naam], verzoeker, gemachtigde: mr. L.J. Blijdorp en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 mei 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen de afwijzing van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen ongegrond verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij uitspraak van 16 december 2021, zaaknummer AWB 21/3152, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep waarop dit verzoek om een voorlopige voorziening betrekking heeft. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, op 23 december 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.