Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:9426 ECLI:NL:RBDHA:2020:9426 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:9426 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:9426
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Gouda zaaknr.: 8632020 EJ VERZ 20-84624 Beschikking van de kantonrechter d.d. 11 augustus 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap Panda Recycling B.V., gevestigd te Nieuwerkerk aan den IJssel, verzoekende partij, hierna te noemen: Panda, gemachtigde: mr. Ph. Ekering, en [verweerster], wonende te [woonplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: [verweerster] , gemachtigde: mr. M.A.H.H. Ceelen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:9426 · Rechtbank Den Haag: Zij heeft [verweerster] op 6 mei 2020 op staande voet ontslagen omdat hij (kort samengevat) haar vertrouwen onwaardig was geworden. Aldus kan zij op grond van artikel 7:677 lid 2 sub 3a BW jegens hem aanspraak maken op de gefixeerde schadevergoeding van in dit geval € 7.093,26 en de buitengerechtelijke kosten ad € 729,66. Hetgeen Panda hiertoe verder heeft aangevoerd komt voor zover nodig hierna aan de orde. 2.3 [verweerster] heeft verzocht om het verzoek van Panda af te wijzen, met veroordeling van haar, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure.

Keywords

AI generated
inflicted job loss unavoidable loss of working hours infringement action contractor liability cause of action entitlement to compensation
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Gouda zaaknr.: 8632020 EJ VERZ 20-84624 Beschikking van de kantonrechter d.d. 11 augustus 2020 in de zaak van: de besloten vennootschap Panda Recycling B.V., gevestigd te Nieuwerkerk aan den IJssel, verzoekende partij, hierna te noemen: Panda, gemachtigde: mr. Ph. Ekering, en [verweerster], wonende te [woonplaats] , verwerende partij, hierna te noemen: [verweerster] , gemachtigde: mr. M.A.H.H. Ceelen.

1Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de navolgende stukken, waaruit tevens het verloop van de procedure blijkt: - het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van dit gerecht op 7 juli 2020; - het verweerschrift; - de brieven met bijlagen d.d. 22 juli en 23 juli 2020 van mr. Ekering; - de spreekaantekeningen van mr. Ekering; - de aantekeningen die de griffier heeft gemaakt tijdens de mondelinge behandeling van deze zaak op 24 juli 2020. 2De overwegingen 2.1 Panda verzoekt in deze procedure de veroordeling van [verweerster] om aan haar te betalen een bedrag ad € 7.093,26, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 7 mei 2020, alsmede een bedrag ad € 729,66, met veroordeling van hem in de kosten van de procedure. 2.2 Panda legt het volgende aan haar verzoek ten grondslag.

Zij heeft [verweerster] op 6 mei 2020 op staande voet ontslagen omdat hij (kort samengevat) haar vertrouwen onwaardig was geworden. Aldus kan zij op grond van artikel 7:677 lid 2 sub 3a BW jegens hem aanspraak maken op de gefixeerde schadevergoeding van in dit geval € 7.093,26 en de buitengerechtelijke kosten ad € 729,66. Hetgeen Panda hiertoe verder heeft aangevoerd komt voor zover nodig hierna aan de orde. 2.3 [verweerster] heeft verzocht om het verzoek van Panda af te wijzen, met veroordeling van haar, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van de procedure.

Hetgeen zij daartoe heeft aangevoerd, komt voor zover hierna aan de orde. 2.4 De kantonrechter overweegt het volgende. 2.5 Heden wordt onder zaaknummer 8606830 EJ VERZ 20-84487 tussen partijen een beschikking gegeven waarin is beslist dat het ontslag op staande voet, dat Panda op 6 mei 2020 aan [verweerster] heeft gegeven, niet rechtsgeldig is. De inhoud van die beschikking is als hier herhaald en ingelast te beschouwen. Te concluderen is aldus dat het verzoek van Panda niet kan worden toegewezen. 2.6 Aangezien Panda bij deze beschikking in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de kosten van de procedure.

3De beslissing

De kantonrechter: wijst het verzoek af; veroordeelt Panda in de kosten van de procedure, welke kosten aan de zijde van [verweerster] tot op heden worden vastgesteld op € 480; verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2020.