Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:9144 ECLI:NL:RBDHA:2020:9144 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:9144 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:9144
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

REchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/5031 uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 september 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, tegen het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder (gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum). Procesverloop Bij besluit van 21 augustus 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder bij wijze van maatregel de bijstandsuitkering van verzoeker met ingang van 1 augustus 2018 met 100% verlaagd voor de duur van één maand.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:9144 · Rechtbank Den Haag: Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
right of pre-lease premature performance triggering event for pre-emption provisional enforceability anticipated sale of assets purchase off-plan
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

REchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/5031 uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 september 2020 op het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker, tegen het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) Bollenstreek, verweerder (gemachtigde: mr. D.F. Rosenbaum). Procesverloop Bij besluit van 21 augustus 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder bij wijze van maatregel de bijstandsuitkering van verzoeker met ingang van 1 augustus 2018 met 100% verlaagd voor de duur van één maand.

Bij besluit van 8 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het door verzoeker ingediende bezwaarschrift ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2020, waarbij tevens de connexe beroepszaak, SGR 18/7091, en het beroep in de zaken met de nummers SGR 18/8386, SGR 19/1538 en SGR 19/2163 zijn behandeld. Verzoeker is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in het bodemgeding niet.

2. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. Verzoeker betoogt – kort samengevat – dat hij op 24 juli 2020 van Krans Notarissen bericht heeft gekregen dat de openbare verkoop (veiling) van zijn woning opnieuw is ingepland en dat de nieuwe veilingsdatum is vastgesteld op 7 september 2020. Volgens verzoeker betekent dit dat per direct weer sprake is van een spoedeisend belang.

4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een financieel belang op zichzelf geen reden vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. Voor het treffen van een voorlopige voorziening zal echter niettemin aanleiding kunnen bestaan indien aannemelijk is dat verzoeker in een (financiële) noodsituatie geraakt.

5. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder naar voren gebracht dat een dag voor de zitting, op 1 september 2020, bekend is geworden dat de veiling van het huis van verzoeker niet door zal gaan op 7 september 2020. Desgevraagd heeft verzoeker het voorgaande bevestigd. Volgens verzoeker is echter nog steeds sprake van een spoedeisend belang, aangezien de veiling van zijn huis waarschijnlijk doorgeschoven gaat worden naar de eerstvolgende veiling, welke op 5 oktober 2020 zal plaatsvinden. Gelet op het feit dat de geplande openbare verkoop van de woning van verzoeker niet doorgaat, is de rechtbank van oordeel dat spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening ontbreekt.

Niet gebleken is namelijk dat de openbare verkoop daadwerkelijk gaat plaatsvinden op 5 oktober 2020. Ter zitting kwam naar voren dat deze stelling enkel gebaseerd is op een vermoeden van de advocaat die verzoeker tijdens de kort gedingzitting van 1 september 2020 bijstond. Nu nog niet bekend is of en wanneer de openbare verkoop zal gaan plaatsvinden, kan spoedeisendheid in deze voorlopige voorzieningenprocedure niet worden aangenomen. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Verloop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.A.E. Bach, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 september 2020. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.