ECLI:NL:RBDHA:2020:8650 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.12872 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , verzoeker V-nummer: [#] (gemachtigde: mr. A. Agayev), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 17 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure buiten behandeling gesteld. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2020:8650 · Rechtbank Den Haag: Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft bij brief van 6 juli 2020 toestemming gegeven aan de voorzieningenrechter om de zaak schriftelijk te behandelen. Verzoeker heeft deze toestemming op 10 juli 2020 gegeven. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft en uitspraak wordt gedaan op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Verzoeker stelt van Iraanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.12872 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , verzoeker V-nummer: [#] (gemachtigde: mr. A. Agayev), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 17 juni 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure buiten behandeling gesteld. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft bij brief van 6 juli 2020 toestemming gegeven aan de voorzieningenrechter om de zaak schriftelijk te behandelen. Verzoeker heeft deze toestemming op 10 juli 2020 gegeven. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft en uitspraak wordt gedaan op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vervolgens is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Verzoeker stelt van Iraanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.12871, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A.J. van Beek, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.