ECLI:NL:RBDHA:2020:8590 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.9507 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van [naam 1] , opposant, en [naam 2] , opposante, tezamen opposanten, mede namens hun minderjarige kinderen [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] , V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2] (gemachtigde: mr. A. Agayev). Procesverloop Opposanten hebben op 27 april 2020 beroep ingesteld tegen twee afzonderlijke besluiten van staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 31 maart 2020. Bij uitspraak van 25 juni 2020 met bovengenoemd zaaknummer heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2020:8590 · Rechtbank Den Haag: Opposanten hebben op 25 juni 2020 tegen deze uitspraak verzet gedaan. Zij hebben niet verzocht op het verzet te worden gehoord. Overwegingen 1. In de uitspraak van 25 juni 2020 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) het beroep van opposanten niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig zijn ingediend en niet gebleken is dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.9507 V uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van [naam 1] , opposant, en [naam 2] , opposante, tezamen opposanten, mede namens hun minderjarige kinderen [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] , V-nummers: [nummer 1] en [nummer 2] (gemachtigde: mr. A. Agayev). Procesverloop Opposanten hebben op 27 april 2020 beroep ingesteld tegen twee afzonderlijke besluiten van staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 31 maart 2020. Bij uitspraak van 25 juni 2020 met bovengenoemd zaaknummer heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposanten hebben op 25 juni 2020 tegen deze uitspraak verzet gedaan. Zij hebben niet verzocht op het verzet te worden gehoord. Overwegingen 1. In de uitspraak van 25 juni 2020 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) het beroep van opposanten niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig zijn ingediend en niet gebleken is dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is.
2. Bij brief van 25 juni 2020 hebben opposanten verzet gedaan tegen deze uitspraak. Daarbij heeft de gemachtigde namens opposanten aangevoerd dat op 19 juni 2020 de beroepsgronden bij zittingsplaats Den Haag onder procedurenummer NL20.11215 zouden zijn ingediend. Opposanten verzoeken de rechtbank de zaak alsnog inhoudelijk te behandelen.
3. In verzet kan slechts worden beoordeeld of de bestuursrechter in de buitenzittingsuitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
4. De gemachtigde heeft in verzet niet alsnog aangetoond dat hij de beroepsgronden tijdig heeft ingediend. Niet is gebleken van enig bewijs dat de gronden daadwerkelijk binnen de termijn voor verzuimherstel zijn ge-upload in een dossier dat bij de rechtbank bekend is onder nummer NL20.11215. De in verzet opgegeven reden laat dan ook buiten redelijke twijfel dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buitenzittingsuitspraak van 25 juni 2020 in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.H. de Zeeuw, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.