ECLI:NL:RBDHA:2020:7502 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL20.11499 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. V. Senczuk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 27 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting is met toestemming van partijen achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, in de procedure met zaaknummer NL20.11498, heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2020:7502 · Rechtbank Den Haag: Nu op het beroep van verzoeker is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL20.11499 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. V. Senczuk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 27 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdin de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting is met toestemming van partijen achterwege gebleven. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, in de procedure met zaaknummer NL20.11498, heeft de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaard.
2. Nu op het beroep van verzoeker is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Frieling, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment, voor zover nodig, alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. De uitspraak is gedaan op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.