ECLI:NL:RBDHA:2020:6943 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedVOORZIENINGENRECHTER VAN DE Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/10041 uitspraak van 24 juli 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. J. Wieman). Procesverloop 1. Bij beroepschrift van 20 december 2019 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 22 november 2019. Het beroep is geregistreerd onder Awb 19/10040. Op 20 december 2019 is eveneens verzocht een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting van verzoeker achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2020:6943 · Rechtbank Den Haag: De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (ingevolge artikel 8:84, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing in deze procedure). Er is geen sprake geweest van een tegemoetkomen door verweerder als bedoeld in dit artikel. De uiteindelijk verleende verblijfsvergunning ziet op de nieuwe aanvraag van eiser van 31 maart 2020, en niet op de aanvraag van eiser in de onderhavige procedure. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten wordt daarom afgewezen.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
VOORZIENINGENRECHTER VAN DE Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/10041 uitspraak van 24 juli 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, (gemachtigde: mr. J. Wieman). Procesverloop 1. Bij beroepschrift van 20 december 2019 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 22 november 2019. Het beroep is geregistreerd onder Awb 19/10040. Op 20 december 2019 is eveneens verzocht een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting van verzoeker achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
Bij uitspraak van heden is op het beroep van verzoeker beslist. Overwegingen 2. Tijdens de behandeling ter terechtzitting van het beroep, heeft de gemachtigde van eiser desgevraagd aangegeven dat eiser geen inhoudelijk belang meer heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening, nu hij alsnog rechtmatig verblijf heeft gekregen. Het verzoek om een voorlopige voorziening trekt hij daarom in. Wel verzoekt hij om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
3. Verweerder heeft zich tegen een proceskostenveroordeling verzet.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (ingevolge artikel 8:84, lid 5, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing in deze procedure). Er is geen sprake geweest van een tegemoetkomen door verweerder als bedoeld in dit artikel. De uiteindelijk verleende verblijfsvergunning ziet op de nieuwe aanvraag van eiser van 31 maart 2020, en niet op de aanvraag van eiser in de onderhavige procedure. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten wordt daarom afgewezen.
Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Deze uitspraak is op 24 juli 2020 gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S.J. van Kooij, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment, voor zover nodig, alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. griffier De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden ingesteld.