Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:6900 ECLI:NL:RBDHA:2020:6900 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:6900 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:6900
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL20.6257 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. T. Neijzen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.S.R. Mangroelal). Procesverloop Bij besluit van 9 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdafgewezen als ongegrond. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.6256, plaatsgevonden op 15 juni 2020. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Soltani. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, in de procedure met zaaknummer NL20.6256, heeft de rechtbank het beroep van verzoekster gegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2020:6900 · Rechtbank Den Haag: Nu op het beroep van verzoekster is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.

Keywords

AI generated
lack of procedural indigence serious defect in foreign proceedings goodwill indemnity compliance with the pre-litigation procedure minimum procedural guarantee under treaty inducement to breach of contract

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
Nu op het beroep van verzoekster is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL20.6257 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoekster] , V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. T. Neijzen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.S.R. Mangroelal). Procesverloop Bij besluit van 9 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdafgewezen als ongegrond. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.6256, plaatsgevonden op 15 juni 2020. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Soltani. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, in de procedure met zaaknummer NL20.6256, heeft de rechtbank het beroep van verzoekster gegrond verklaard.

2. Nu op het beroep van verzoekster is beslist, wordt niet langer voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden afgewezen.

3. Gelet op de rechtsmiddelenclausule uit het bestreden besluit, waarin staat opgenomen dat het indienen van een beroepschrift tot gevolg heeft dat de rechtsgevolgen van het besluit worden opgeschort en verzoekster de behandeling van het beroepschrift in Nederland mag afwachten, was het onderhavige verzoek om een voorlopige voorziening te treffen niet nodig. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om verweerder in de proceskosten te veroordelen. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.E. Bakels, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Frieling, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment, voor zover nodig, alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is gedaan op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.