ECLI:NL:RBDHA:2020:6673 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.10323 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. Oosterhof), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 8 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdafgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer:
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2020:6673 · Rechtbank Den Haag: NL20.10321). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Na verkregen toestemming van partijen, bepaalt de rechtbank op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Overwegingen 1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag in de beroepszaak heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.10323 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J. Oosterhof), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 8 mei 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdafgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld (zaaknummer:
NL20.10321). Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Na verkregen toestemming van partijen, bepaalt de rechtbank op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Overwegingen 1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag in de beroepszaak heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Belhaj, griffier. De uitspraak is gedaan op: Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.