ECLI:NL:RBDHA:2020:6428 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/6506 uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster] , verzoekster, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde mr. M. van Werven), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 31 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Bij besluit van 14 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2020:6428 · Rechtbank Den Haag: M. van Werven), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 31 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Bij besluit van 14 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/6506 uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster] , verzoekster, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde mr. M. van Werven), tegen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder Procesverloop Bij besluit van 31 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder vastgesteld dat verzoekster geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft gehad op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Bij besluit van 14 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep (AWB 19/6505) ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen tot op het beroep is beslist. Overwegingen 1. De rechtbank heeft heden het beroep in de procedure met zaaknummer AWB 19/6505 – na behandeling hiervan ter zitting op 20 mei 2020 door middel van een videoverbinding (Skype) – ongegrond verklaard, zodat niet langer wordt voldaan aan het in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde connexiteitsvereiste.
2. Het verzoek is om die reden kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is op 16 juli 2020 gedaan door mr. G.P. Kleijn rechter, in aanwezigheid van mr. I.N. Powell, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.