ECLI:NL:RBDHA:2020:5965 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.11592 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , geboren op [geboortedatum] , van [nationaliteit] nationaliteit, eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. H.K. Westerhof), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 29 mei 2020 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 28 mei 2020 (het bestreden besluit). Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Legislator headnote
AI generatedartikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:5965 · Rechtbank Den Haag: Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft, op verzoek van eiser, op 4 juni 2020 uitstel verleend voor het indienen van de gronden tot 13 juni 2020. Op 15 juni 2020 heeft de rechtbank wederom op verzoek van eiser de termijn verlengd en medegedeeld dat uiterlijk op 19 juni 2020 de gronden de gronden moeten zijn ingediend..
Keywords
AI generatedCited Legislation
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.11592 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , geboren op [geboortedatum] , van [nationaliteit] nationaliteit, eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. H.K. Westerhof), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Eiser heeft op 29 mei 2020 beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 28 mei 2020 (het bestreden besluit). Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Iemand die beroep instelt, moet op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
3. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft, op verzoek van eiser, op 4 juni 2020 uitstel verleend voor het indienen van de gronden tot 13 juni 2020. Op 15 juni 2020 heeft de rechtbank wederom op verzoek van eiser de termijn verlengd en medegedeeld dat uiterlijk op 19 juni 2020 de gronden de gronden moeten zijn ingediend..
4. Eiser heeft op 22 juni 2020 de gronden ingediend. Dat is niet binnen de gestelde termijn.
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus niet gebleken van een verontschuldiging voor dit verzuim.
6. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 23 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.