Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:5955 ECLI:NL:RBDHA:2020:5955 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5955 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:5955
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/8680 uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juni 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , van Turkse nationaliteit, verzoeker, gemachtigde: mr. B. Aydin, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 14 oktober 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen. Verzoeker heeft bij brief van 11 november 2019 tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:5955 · Rechtbank Den Haag: Ingevolge artikel 8:81 van de Awb, kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).

Keywords

AI generated
request for protection status lack of standing of association compliance with statement requirements inadequate constitutional complaint insufficiently substantiated threat well-founded fear of persecution

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Awb
Ingevolge artikel 8:81 van de Awb, kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/8680 uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juni 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] , van Turkse nationaliteit, verzoeker, gemachtigde: mr. B. Aydin, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 14 oktober 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen. Verzoeker heeft bij brief van 11 november 2019 tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder partijen uit te nodigen om op een zitting te verschijnen indien de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond.

2. Ingevolge artikel 8:81 van de Awb, kan een voorlopige voorziening alleen worden verzocht zolang bezwaar of beroep aanhangig is (connexiteitsvereiste).

3. Het verzoek is ingediend hangende bezwaar. Inmiddels is op 15 april 2020 een beslissing op bezwaar genomen waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard.

4. Verzoeker heeft het verzoek om voorlopige voorziening niet ingetrokken en tot op heden tegen deze beslissing op bezwaar ook geen beroep ingediend zoals bedoeld in artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb.

5. Het verzoek om voorlopige voorziening zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het komen te ontbreken van connexiteit.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.C. Karels, griffier. Deze uitspraak is uitgesproken op 29 juni 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.