Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:5552 ECLI:NL:RBDHA:2020:5552 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5552 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:5552
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.7220 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E.D. van Elst), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 20 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5552 · Rechtbank Den Haag: Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Keywords

AI generated
interim measure provisional permit provisional cover provisional suspension precautionary expropriation urgent preliminary ruling procedure
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.7220 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E.D. van Elst), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 20 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om verweerder bij wijze van een voorlopige voorziening te verbieden hem over te dragen voordat de rechtbank op zijn beroep heeft beslist. Verweerder heeft op 15 juni 2020 een verzoek ingediend om de behandeling van de voorlopige voorziening met voorrang op zitting te plaatsen vanwege het verstrijken van de overdrachtstermijn op 27 juli 2020. De rechtbank wijst dit verzoek af, omdat voor die datum inhoudelijk op het beroep kan worden beslist.

Overwegingen 1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.7719, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.I. Terborg-Wijnaldum , voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. M.A.J. Arts, griffier. De uitspraak is gedaan op: Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.