Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:5332 ECLI:NL:RBDHA:2020:5332 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5332 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:5332
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: NL20.7887 (beroep) NL20.7888 (voorlopige voorziening) proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.R. Nohar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B.M. Kristel). Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5332 · Rechtbank Den Haag: Eiser heeft zijn stelling dat Duitsland zijn asielaanvraag niet zorgvuldig zal behandelen niet toegelicht. Verweerder mag daarom ook in deze zaak uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

Keywords

AI generated
principle of non-refoulement prolonged absence abroad unreasonableness of return to Afghanistan destination country principle departure from a country risk of overstaying
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummers: NL20.7887 (beroep) NL20.7888 (voorlopige voorziening) proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. S.R. Nohar), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B.M. Kristel). Procesverloop Bij besluit van 30 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft eiser de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2020. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Overwegingen 1. In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Duitsland uitgaan van het interstatelijke vertrouwensbeginsel.

Eiser heeft zijn stelling dat Duitsland zijn asielaanvraag niet zorgvuldig zal behandelen niet toegelicht. Verweerder mag daarom ook in deze zaak uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

2. De omstandigheid dat eiser op dit moment vanwege de coronacrisis niet kan worden overgedragen aan Duitsland is een tijdelijk, feitelijk overdrachtsbeletsel. Dit maakt de vaststelling van Duitsland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig en staat er niet aan in de weg dat, als dit beletsel is opgeheven, eiser in beginsel alsnog kan worden overgedragen.

3. Het beroep is ongegrond.

4. Bij deze beslissing over het beroep is er geen grond meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe daarom af.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S.L.L. van den Akker, griffier. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.