Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:5330 ECLI:NL:RBDHA:2020:5330 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5330 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:5330
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8880 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.C. van Zundert), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B.M. Kristel). Procesverloop Bij besluit van 14 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5330 · Rechtbank Den Haag: Op dit moment is overdracht aan Italië niet mogelijk vanwege de coronacrisis. Maar dit is een tijdelijk, feitelijk beletsel dat de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt (uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1032).

Keywords

AI generated
principle of non-refoulement Dublin transfer to Croatia Roma asylum application protection of legitimate expectations deportation despite health issues transborder data flow

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.8880 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.C. van Zundert), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B.M. Kristel). Procesverloop Bij besluit van 14 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2020. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Tussen partijen is niet in geschil dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag.

2. Op dit moment is overdracht aan Italië niet mogelijk vanwege de coronacrisis. Maar dit is een tijdelijk, feitelijk beletsel dat de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig maakt (uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1032).

3. In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Italië uitgaan van het interstatelijke vertrouwensbeginsel en aannemen dat Italië zorg draagt voor een zorgvuldige behandeling van eisers aanvraag en voor adequate opvangvoorzieningen. Dat Italië dat door de coronacrisis te zijner tijd, als er geen beletsel meer is voor overdracht, niet zal doen, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt.

4. Omdat de coronamaatregelen tijdelijk zijn ziet de rechtbank vooralsnog ook geen reden om aan te nemen dat een tijdige en zorgvuldige overdracht aan Italië niet meer mogelijk is.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L.L. van den Akker, griffier, op 28 mei 2020. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.