Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:5327 ECLI:NL:RBDHA:2020:5327 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5327 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:5327
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.9004 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R. Achttienribbe), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B.M. Kristel). Procesverloop Bij besluit van 16 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:5327 · Rechtbank Den Haag: R. Achttienribbe), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B.M. Kristel). Procesverloop Bij besluit van 16 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Keywords

AI generated
international protection Iraqi asylum application family asylum for eritreans expulsion despite persecution risk refugee status unworthiness of asylum
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: NL20.9004 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R. Achttienribbe), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. B.M. Kristel). Procesverloop Bij besluit van 16 april 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2020. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en Z. Hamawandi als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Tussen partijen is niet in geschil dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag.

2. In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van Frankrijk uitgaan van het interstatelijke vertrouwensbeginsel. In de verschillende rapporten en artikelen waarnaar eiser in beroep heeft verwezen, wordt geen rooskleurig beeld geschetst van de situatie in Frankrijk voor asielzoekers. Ter zitting heeft eiser echter bevestigd dat die geschetste situatie onverminderd slecht is, maar geen verslechtering is ten opzichte van de al langer bestaande situatie waarover de rechtspraak heeft geoordeeld dat die niet aan een overdracht in de weg staat. Eiser heeft daarbij niet aannemelijk gemaakt dat Frankrijk hem geen opvang zal bieden. Frankrijk heeft immers het overnameverzoek geaccepteerd en daarbij aangegeven waar eiser zich na aankomst in Frankrijk moet melden. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de Franse autoriteiten geen rekening zullen houden met zijn homoseksuele geaardheid en dat hij zich niet tot hen kan wenden voor bescherming in geval van bedreiging door zijn Libanese familie.

3. Uit het overgelegde patiëntendossier van eiser blijkt niet van een lopende behandeling, een verwijzing naar een specialist of medische problematiek die voor verweerder reden had moeten zijn om af te zien van overdracht of daarover eerst medisch advies te vragen.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L.L. van den Akker, griffier, op 28 mei 2020. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.