Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:4937 ECLI:NL:RBDHA:2020:4937 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:4937 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:4937
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.7741 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1999, met de Sierra Leoonse nationaliteit, verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.R. de Groot). Inleiding Verzoeker heeft op 27 september 2016 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 9 november 2016 afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:4937 · Rechtbank Den Haag: C.T.W. van Dijk), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.R. de Groot). Inleiding Verzoeker heeft op 27 september 2016 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 9 november 2016 afgewezen.

Keywords

AI generated
suspension of naturalization provisional admission immigration law fraud immigration expulsion asylum procedure entry permit proceedings
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.7741 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1999, met de Sierra Leoonse nationaliteit, verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.R. de Groot). Inleiding Verzoeker heeft op 27 september 2016 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 9 november 2016 afgewezen.

Bij uitspraak van 8 december 2016 van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag1 is het beroep tegen dat besluit ongegrond verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft het hoger beroep op 22 februari 2017 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft vervolgens op 1 december 2017 een opvolgende aanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag op 10 augustus 2018 niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen heeft verzoeker geen rechtsmiddelen aangewend. Verzoeker heeft op 3 maart 2020 opnieuw een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

Bij besluit van 27 maart 2020 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Op 11 mei 2020 heeft de rechtbank partijen de gelegenheid gegeven om binnen een week te laten weten of zij het noodzakelijk achten op een zitting te worden gehoord. 1 AWB 16/26089 Verweerder heeft op 14 mei 2020 te kennen gegeven dat hij het niet noodzakelijk acht op een zitting te worden gehoord.

Verzoeker heeft niet gereageerd. De rechtbank heeft op 21 mei 2020 het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.7740, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Nicholson, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.E. van Gestel, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: 02 juni 2020 Documentcode: DSR11759271 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.