ECLI:NL:RBDHA:2020:4762 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: SGR 17/7563 en 17/7562 B beschikking van de meervoudige kamer van 28 mei 2020 op het verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verzoeker, (gemachtigde: L. Catakli). om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 2 april 2020 bepaalde termijn voor het herstellen van de bij die uitspraak geconstateerde gebreken in het bestreden besluit. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 2 april 2020, verzonden op 15 april 2020, heeft de rechtbank verzoeker in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending hiervan, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2020:4762 · Rechtbank Den Haag: Catakli). om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 2 april 2020 bepaalde termijn voor het herstellen van de bij die uitspraak geconstateerde gebreken in het bestreden besluit. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 2 april 2020, verzonden op 15 april 2020, heeft de rechtbank verzoeker in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending hiervan, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummers: SGR 17/7563 en 17/7562 B beschikking van de meervoudige kamer van 28 mei 2020 op het verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verzoeker, (gemachtigde: L. Catakli). om verlenging (artikel 8:51a, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht) van de bij tussenuitspraak van 2 april 2020 bepaalde termijn voor het herstellen van de bij die uitspraak geconstateerde gebreken in het bestreden besluit. Procesverloop Bij tussenuitspraak van 2 april 2020, verzonden op 15 april 2020, heeft de rechtbank verzoeker in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending hiervan, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.
Voor het verdere procesverloop verwijst de rechtbank naar die tussenuitspraak. Bij brief van 26 mei 2019 heeft verzoeker de rechtbank verzocht de in de tussenuitspraak gestelde termijn te verlengen. Overwegingen 1. De in de tussenuitspraak gestelde termijn voor herstel van de gebreken in het bestreden besluit is een bindende termijn. Slechts in bijzondere gevallen kan na een gemotiveerd verzoek verlenging van deze termijn worden verleend. Het verzoek moet binnen de bij de tussenuitspraak bepaalde termijn worden ingediend.
2. Verzoeker heeft zijn verzoek om verlenging van de termijn om de gebreken te herstellen gedaan binnen de oorspronkelijke termijn die de rechtbank hiervoor heeft gesteld in de tussenuitspraak.
3. Gelet op alle beperkingen door het Corona virus en omdat elke andere beslissing van de rechtbank naar alle waarschijnlijkheid tot een minder finale vorm van geschilbeslechting leidt, ziet de rechtbank aanleiding de hersteltermijn te verlengen tot vier weken na de verzenddatum van deze beschikking. Beslissing De rechtbank verlengt de bij haar tussenuitspraak van 2 april 2020 bepaalde termijn tot vier weken na de verzenddatum van deze beschikking. Deze uitspraak is gedaan op 28 mei 2020 door mr. J.B. Wijnholt, voorzitter, mr. D.A.J. Overdijk en mr. H.G. Molenaar-Geurtsen, leden, in aanwezigheid van mr. W. Goederee. Als gevolg van de maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze uitspraak wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op rechtspraak.nl. Griffier Voorzitter De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: