Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:4309 ECLI:NL:RBDHA:2020:4309 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:4309 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:4309
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 19/7992 B tussenbeslissing van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2020 op het verzoek van: [verzoekster] , verzoekster, (gemachtigde: [A] ) om versnelde behandeling van het beroep met registratienummer SGR 19/7992, zoals bedoeld in artikel 8:52, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Procesverloop Bij besluit van 14 september 2019 heeft het Zorgkantoor het aan verzoekster verleende persoonsgebonden budget per 1 januari 2019 ingetrokken. Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft het Zorgkantoor het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:4309 · Rechtbank Den Haag: Procesverloop Bij besluit van 14 september 2019 heeft het Zorgkantoor het aan verzoekster verleende persoonsgebonden budget per 1 januari 2019 ingetrokken. Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft het Zorgkantoor het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Keywords

AI generated
medical care requirements supplementary hospital insurance hospital and medical care outpatient treatment healthcare provider entitlement to legal aid
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 19/7992 B tussenbeslissing van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2020 op het verzoek van: [verzoekster] , verzoekster, (gemachtigde: [A] ) om versnelde behandeling van het beroep met registratienummer SGR 19/7992, zoals bedoeld in artikel 8:52, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Procesverloop Bij besluit van 14 september 2019 heeft het Zorgkantoor het aan verzoekster verleende persoonsgebonden budget per 1 januari 2019 ingetrokken. Bij besluit van 29 oktober 2019 heeft het Zorgkantoor het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

Verzoekster heeft op 9 december 2019 beroep ingesteld tegen het besluit van 29 oktober 2019. Verzoekster heeft op 22 april 2020 de rechtbank verzocht om het beroep versneld te behandelen. Overwegingen 1. De bestuursrechter kan, indien de zaak spoedeisend is, bepalen dat deze versneld wordt behandeld. Dat staat in artikel 8:52, eerste lid, van de Awb.2. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij doordat het beroepschrift nog niet in behandeling is genomen, nog altijd geen gebruik kan maken van de voor haar noodzakelijke hulpverlening.3. De rechtbank is niet gebleken dat sprake is van een spoedeisende zaak als bedoeld in artikel 8:52, eerste lid, van de Awb.

Uit het besluit van 29 oktober 2019 komt naar voren dat verzoekster zorg in natura geleverd kan krijgen door een zorgverlener waar het Zorgkantoor een contract mee heeft gesloten. Verzoekster zal dus niet verstoken hoeven te zijn van de voor haar noodzakelijke zorg. Dat verzoekster die zorg liever in de vorm van een persoonsgebonden budget krijgt, maakt het voorgaande niet anders. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om versnelde behandeling af. Deze tussenbeslissing is gedaan op 12 mei 2020 door mr. E.M.M. Kettenis-de Bruin, rechter, in aanwezigheid van mr.

W. Goederee, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze tussenbeslissing nu niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Dat zal op een later moment alsnog gebeuren. Deze tussenbeslissing wordt zo snel mogelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. griffier rechter de griffier is verhinderd deze tussenbeslissing te ondertekenen. Afschrift verzonden aan partijen op: Tegen deze tussenbeslissing staat geen (zelfstandig) rechtsmiddel open.