Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:4091 ECLI:NL:RBDHA:2020:4091 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:4091 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:4091
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/9281 uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 april 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.W.F. Noot), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop Verzoeker heeft een aanvraag ingediend om zijn uitzetting achterwege te laten in verband met zijn gezondheidssituatie. Het betreft hier een aanvraag op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Bij besluit van 22 maart 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:16 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:4091 · Rechtbank Den Haag: Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op grond van artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
provisional suspension opt-out clause withdrawal of suspensive effect stay of execution of sentence cessation of insurance benefits withdrawal of opposition

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:16 van de Awb
De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het primaire besluit op grond van artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vw niet geschorst wordt, ook niet indien tegen dat besluit bezwaar is gemaakt.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/9281 uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 april 2020 in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. J.W.F. Noot), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop Verzoeker heeft een aanvraag ingediend om zijn uitzetting achterwege te laten in verband met zijn gezondheidssituatie. Het betreft hier een aanvraag op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Bij besluit van 22 maart 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker afgewezen.

Tegen het primaire besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Het beroep dat verzoeker daartegen heeft ingediend heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s Hertogenbosch, bij uitspraak van 8 november 2019 gegrond verklaard (AWB 18/3786). Verweerder moet daarom opnieuw beslissen op het bezwaar. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Verweerder heeft bij brief van 17 april 2020 medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om voorlopige voorziening.

In dezelfde brief geeft verweerder toestemming om de zaak zonder zitting af te doen. Bij brief van 20 april 2020 heeft verzoeker ook toestemming gegeven om de zaak zonder zitting af te doen. De voorzieningenrechter sluit het onderzoek en doet uitspraak. Overwegingen 1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe.

2. Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op grond van artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. In de brief van 17 april 2020 heeft verweerder meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek.

4. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het primaire besluit op grond van artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vw niet geschorst wordt, ook niet indien tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder op grond van de Awb en de Vw niet zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het primaire besluit – met de vermelding dat verzoeker kan worden uitgezet – op te schorten.

5. Omdat tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker moet worden afgezien totdat op het bezwaar is beslist, bestaat aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden totdat op dat bezwaar is beslist.

6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe; - verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen tot vier weken nadat op het bezwaar is beslist; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan op 30 april 2020 door mr. V.E. van der Does, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. De griffier is verhinderd de uitspraak te De voorzieningenrechter is verhinderd de ondertekenen. uitspraak te ondertekenen. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.