Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:3830 ECLI:NL:RBDHA:2020:3830 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:3830 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:3830
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL19.24574 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , verzoeker, geboren op [geboortedatum] , van Jemenitische nationaliteit, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. Verweerder heeft bij besluit van 26 februari 2020 de aanvraag van verzoeker ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:75a van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:3830 · Rechtbank Den Haag: Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij akkoord gaat met een vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 262,50. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Keywords

AI generated
reduction of costs deduction of professional expenses party costs of attorney assumption of costs costs under foreigners act administrative costs

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
artikel 8:75a van de Awb
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Groningen Bestuursrecht zaaknummer: NL19.24574 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , verzoeker, geboren op [geboortedatum] , van Jemenitische nationaliteit, V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag. Verweerder heeft bij besluit van 26 februari 2020 de aanvraag van verzoeker ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.

Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat hij akkoord gaat met een vergoeding van de proceskosten tot een bedrag van € 262,50. Overwegingen De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.

Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.

3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker. Bij besluit van 26 februari 2020 is de aanvraag van verzoeker ingewilligd.

4. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe en veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker. Deze kosten stelt de rechtbank voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 262,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,5). Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 262,50. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, rechter, in aanwezigheid van S.J. Versteeg, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.