Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:3042 ECLI:NL:RBDHA:2020:3042 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:3042 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:3042
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/9182 uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 april 2020 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster geboren op [geboortedatum] , van Nigeriaanse nationaliteit, v-nummer: [#] (gemachtigde: mr. J. van Bennekom, advocaat te Amsterdam), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 24 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het doel “met als doel familieleven met partner, afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:3042 · Rechtbank Den Haag: Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat verweerder wordt verboden haar uit te zetten totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist. Verweerder heeft bij brief van 16 maart 2020 op dit verzoek gereageerd. Het onderzoek ter zitting is (met toestemming van partijen) achterwege gelaten. Overwegingen Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Keywords

AI generated
interim measure provisional suspension untimely request for extension standstill obligation urgent preliminary ruling procedure lack of urgency
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Haarlem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/9182 uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 april 2020 in de zaak tussen [verzoekster] , verzoekster geboren op [geboortedatum] , van Nigeriaanse nationaliteit, v-nummer: [#] (gemachtigde: mr. J. van Bennekom, advocaat te Amsterdam), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 24 november 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het doel “met als doel familieleven met partner, afgewezen.

Verzoekster heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat verweerder wordt verboden haar uit te zetten totdat verweerder op het bezwaar heeft beslist. Verweerder heeft bij brief van 16 maart 2020 op dit verzoek gereageerd. Het onderzoek ter zitting is (met toestemming van partijen) achterwege gelaten. Overwegingen Indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Verweerder heeft bij de brief van 16 maart 2020 meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening. Gelet op het standpunt van verweerder zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toewijzen. De voorzieningenrechter zal daarnaast met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, Awb verweerder veroordelen in de kosten die verzoekster heeft gemaakt. De kosten zijn ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht € 525,- (1 punt voor het verzoekschrift, wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe; - verbiedt verweerder verzoekster uit te zetten tot vier weken nadat op het bezwaarschrift is beslist; - veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ok, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van Y.D. Ancion, griffier, op 2 april 2020. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.