Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:2706 ECLI:NL:RBDHA:2020:2706 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:2706 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:2706
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.356 V-nummer: [nummer] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Jonkman). Procesverloop Bij besluit van 30 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.357, plaatsgevonden op 5 februari 2020. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:2706 · Rechtbank Den Haag: Bij brief van 1 februari 2020 heeft verweerder de rechtbank geïnformeerd dat eiser sinds 24 januari 2020 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken.

Keywords

AI generated
striking off the register deemed withdrawal unlawful stay not subject to registration right to remain absence without leave
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.356 V-nummer: [nummer] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Jonkman). Procesverloop Bij besluit van 30 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.357, plaatsgevonden op 5 februari 2020. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

2. Bij brief van 1 februari 2020 heeft verweerder de rechtbank geïnformeerd dat eiser sinds 24 januari 2020 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken.

3. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief van verweerder van 1 februari 2020. De gemachtigde van eiser heeft de rechtbank op 3 februari 2020 geïnformeerd dat hij de vragen die de rechtbank hem heeft gesteld niet kan beantwoorden, omdat hij dan zijn beroepsgeheim schendt. Verder heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank meegedeeld dat hij niet ter zitting zal verschijnen.

4. De rechtbank stelt vast dat eiser per 24 januari 2020 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft niet aangegeven wanneer hij voor het laatst contact met eiser heeft gehad en of hij weet of eiser nog in Nederland verblijft. Ook is eiser niet ter zitting verschenen. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op toelating door Nederland. Om die reden heeft eiser niet langer belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

5. Omdat het procesbelang is komen te ontvallen, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, op 5 februari 2020. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.