ECLI:NL:RBDHA:2020:2594 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL20.6003 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A. Jhingoer), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.F.E. Verdonck). Procesverloop Bij besluit van 6 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Na telefonisch overleg en verkregen toestemming van partijen, bepaalt de rechtbank op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2020:2594 · Rechtbank Den Haag: Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.6002, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL20.6003 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A. Jhingoer), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.F.E. Verdonck). Procesverloop Bij besluit van 6 maart 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen 1. Na telefonisch overleg en verkregen toestemming van partijen, bepaalt de rechtbank op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.6002, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard.
3. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Omdat de rechtbank het beroep ongegrond heeft verklaard, is namelijk geen voorlopige voorziening meer nodig.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Veelen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Faulborn, griffier. Deze uitspraak is openbaar gemaakt door middel van publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.