Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:2590 ECLI:NL:RBDHA:2020:2590 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:2590 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:2590
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummers: NL20.5160 en NL20.5163 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [nummer 1] , [eiseres] , eiseres, V-nummer: [nummer 2] , Mede namens haar minderjarige kind [naam minderjarige] , V-nummer: [nummer 3] , samen te noemen: eisers (gemachtigde: mr. O.C. Bondam), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs). Procesverloop Bij besluiten van 26 februari 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:2590 · Rechtbank Den Haag: O.C. Bondam), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs). Procesverloop Bij besluiten van 26 februari 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Keywords

AI generated
interim measure urgent preliminary ruling procedure late objection to debt enforcement unjustified procedural delay statute of limitations bar untimely request for extension
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummers: NL20.5160 en NL20.5163 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [nummer 1] , [eiseres] , eiseres, V-nummer: [nummer 2] , Mede namens haar minderjarige kind [naam minderjarige] , V-nummer: [nummer 3] , samen te noemen: eisers (gemachtigde: mr. O.C. Bondam), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs). Procesverloop Bij besluiten van 26 februari 2020 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoekers hebben, in de hoedanigheid van eisers, tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaken NL20.5159 en NL20.5162, plaatsgevonden op 12 maart 2020. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Een voorlopige voorziening is alleen mogelijk als de rechtbank nog niet op het beroep heeft beslist.

Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL20.5159 en NL20.5162, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Mercelina, griffier. Deze uitspraak is openbaar gemaakt door middel van publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.