Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:15327 ECLI:NL:RBDHA:2020:15327 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:15327 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:15327
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/491 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2020 in de zaak tussen [verzoeker 1] (V-nummer: [V-nummer] ) en [verzoeker 2] (V-nummer [V-nummer]), verzoekers (gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten. Verweerder heeft op 19 maart 2020 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. Verzoekers zijn op 21 januari 2020 in beroep gegaan tegen het uitblijven van een besluit. Verweerder heeft op 17 februari 2020 een besluit genomen op de nareisaanvragen van verzoekers. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekers wilde. Verzoekers hebben daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor hun proceskosten.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:41 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:15327 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

Keywords

AI generated
procedural costs overpaid insurance benefits reimbursement of costs severance pay calculation of compensation amount induction allowance

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:41 van de Awb
Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekers betalen (artikel 8:41 van de Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/491 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2020 in de zaak tussen [verzoeker 1] (V-nummer: [V-nummer] ) en [verzoeker 2] (V-nummer [V-nummer]), verzoekers (gemachtigde: mr. M.L. Hoogendoorn), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten. Verweerder heeft op 19 maart 2020 gereageerd op dit verzoek. Overwegingen 1. Verzoekers zijn op 21 januari 2020 in beroep gegaan tegen het uitblijven van een besluit. Verweerder heeft op 17 februari 2020 een besluit genomen op de nareisaanvragen van verzoekers. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoekers wilde. Verzoekers hebben daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor hun proceskosten.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekers en aangegeven dat hij zich niet verzet tegen een veroordeling in de proceskosten tot een bedrag van € 262,50.

4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekers die verweerder moet betalen vast op € 262,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,5).

5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekers betalen (artikel 8:41 van de Awb). Beslissing De rechtbank: - veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van N.J.R. Kalaykhan, griffier. Deze uitspraak is gedaan op 15 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.