Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:15157 ECLI:NL:RBDHA:2020:15157 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:15157 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:15157
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL19.27620 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F.W. Verweij, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 14 november 2019. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 8:54 Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:15157 · Rechtbank Den Haag: F.W. Verweij, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 14 november 2019. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

Keywords

AI generated
effective service by post employability for job placement unpaid remuneration late notice of dismissal eligibility for unemployment benefits absence of hardship

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht
Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
artikel 8:54 Awb
Het beroep is kennelijk niet- ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL19.27620 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], eiseres V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. F.W. Verweij, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: T. Kleve). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend op 14 november 2019. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Iemand die in beroep gaat moet zeggen waarom hij/zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.

3. De rechtbank heeft eiseres op 25 september 2020 een brief gestuurd, waarin staat dat zij binnen twee weken moet aangeven waarom zij het beroep heeft ingesteld.

4. Eiseres heeft niet gereageerd op deze brief.

5. Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld. Het beroep is kennelijk niet- ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

6. Eiseres krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op 15 oktober 2020 Documentcode: [Documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.