ECLI:NL:RBDHA:2020:14992 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generateduitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL19.22292 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M. Wiersma), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: D. Meier). Procesverloop Bij besluit van 15 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft verzocht het onderzoek ter zitting achterwege te laten. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en schriftelijk meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het achterwege laten van een zitting. De rechtbank heeft hierom, met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten. Overwegingen 1. Eiser stelt van Albanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1995] .
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2020:14992 · Rechtbank Den Haag: De rechtbank overweegt dat uit het bestreden besluit volgt dat verweerder eiser een vertrektermijn van 28 dagen heeft gegund om de Europese Unie te verlaten en hem een inreisverbod heeft opgelegd van twee jaren. zaaknummer: NL19.22292 2 4. Op grond van artikel 66a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) kan verweerder een inreisverbod uitvaardigen tegen de vreemdeling die geen gemeenschapsonderdaan is en die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL19.22292 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. M. Wiersma), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: D. Meier). Procesverloop Bij besluit van 15 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft verzocht het onderzoek ter zitting achterwege te laten. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend en schriftelijk meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het achterwege laten van een zitting. De rechtbank heeft hierom, met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten. Overwegingen 1. Eiser stelt van Albanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1995] .
2. Eiser voert aan dat het door verweerder opgelegde inreisverbod niet in stand kan blijven, omdat dit is opgelegd tezamen met een terugkeerbesluit met een vertrektermijn van 28 dagen.
3. De rechtbank overweegt dat uit het bestreden besluit volgt dat verweerder eiser een vertrektermijn van 28 dagen heeft gegund om de Europese Unie te verlaten en hem een inreisverbod heeft opgelegd van twee jaren. zaaknummer: NL19.22292 2 4. Op grond van artikel 66a, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) kan verweerder een inreisverbod uitvaardigen tegen de vreemdeling die geen gemeenschapsonderdaan is en die Nederland niet onmiddellijk moet verlaten. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
5. Het beroep is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E. van der Does, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Janssens-Kleijn, griffier. zaaknummer: NL19.22292 3 De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op: 12 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl Mr. V.E. van der Does Rechter Rechtbank Midden-Nederland L.M. Janssens - Kleijn Griffier Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.