Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:14952 ECLI:NL:RBDHA:2020:14952 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:14952 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:14952
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.12849 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M. Rasul), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: F. el Benaissati). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:12 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:14952 · Rechtbank Den Haag: M. Rasul), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: F. el Benaissati). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

Keywords

AI generated
expiry of statutory deadline lapse due to peremption effective date delayed asylum application expired residence permit authorization to sue

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
artikel 6:12 van de Awb
Nu er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling, zoals bedoeld in artikel 6:12 van de Awb, is het beroep niet-ontvankelijk.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.12849 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M. Rasul), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: F. el Benaissati). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Overwegingen 1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb.

3. Verweerder stelt in zijn verweerschrift dat de ingebrekestelling van eiser prematuur is ingediend en niet geldig is. Dit omdat eiser op 6 november 2019 een asielaanvraag heeft ingediend. De wettelijke beslistermijn is op 7 mei 2020 verstreken. De ingebrekestelling dateert van 8 april 2020. Het beroep van eiser is daarom volgens verweerder kennelijk niet- ontvankelijk.

4. De rechtbank is het met verweerder eens. De ingebrekestelling van eiser van 8 april 2020 is te vroeg ingediend, omdat de beslistermijn toen nog niet was verstreken. Nu er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling, zoals bedoeld in artikel 6:12 van de Awb, is het beroep niet-ontvankelijk.

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier. Deze uitspraak is gedaan en bekendgemaakt op: 30 oktober 2020 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.