Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:14834 ECLI:NL:RBDHA:2020:14834 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:14834 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:14834
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/5635 uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 september 2020 n de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C. Chen en mr. S. Kahraman), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop In het besluit van 6 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken, hem een terugkeerbesluit opgelegd en een zwaar inreisverbod voor de duur van 10 jaar. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om zonder zitting uitspraak te doen. Overwegingen 1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:16 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:14834 · Rechtbank Den Haag: De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit op grond van artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet geschorst wordt, ook niet als tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder niet op grond van de Awb en de Vw zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit- met de aanzegging aan verzoeker om Nederland meteen te verlaten- op te schorten.

Keywords

AI generated
removal prohibition of expulsion of nationals removal order in immigration law stay of removal departure deadline opt-out clause

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht
artikel 6:16 van de Awb
De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit op grond van artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet geschorst wordt, ook niet als tegen dat besluit bezwaar is gemaakt.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/5635 uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 september 2020 n de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. C. Chen en mr. S. Kahraman), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop In het besluit van 6 juli 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken, hem een terugkeerbesluit opgelegd en een zwaar inreisverbod voor de duur van 10 jaar. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Partijen hebben de voorzieningenrechter toestemming gegeven om zonder zitting uitspraak te doen. Overwegingen 1. Verzoeker heeft verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek toe.

2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan – onder meer – indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3. In de fax van 21 augustus 2020 heeft verweerder meegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van wat in het verzoekschrift van 13 juli 2020 is verzocht.

4. De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit op grond van artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 73, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) niet geschorst wordt, ook niet als tegen dat besluit bezwaar is gemaakt. Verder overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder niet op grond van de Awb en de Vw zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit- met de aanzegging aan verzoeker om Nederland meteen te verlaten- op te schorten.

5. Nu tussen partijen niet langer in geschil is dat van uitzetting van verzoeker moet worden afgezien, bestaat aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden tot op het bezwaar is beslist.

6. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). BeslissingDe voorzieningenrechter:- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;- verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen tot op het bezwaar is beslist; - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-.

Deze uitspraak is gedaan op 1 september 2020 door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Westerhof, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.