Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:14576 ECLI:NL:RBDHA:2020:14576 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:14576 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:14576
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/9070 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 september 2020 in de zaak tussen [eiser] , geboren op [1970] , van Algerijnse nationaliteit, eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. W.G. Fisher), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.P. Kallenbach). Procesverloop Op 23 januari 2019 heeft eiser verweerder verzocht om te bemiddelen naar een zorgaanbieder en het opstellen van een begeleidingsscenario. Bij brief van 19 juli 2019 heeft verweerder op het verzoek van eiser gereageerd.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:14576 · Rechtbank Den Haag: Overwegingen 1. Eiser heeft in zijn brief van 23 januari 2019 beschreven dat hij hartproblemen en verslavingsproblematiek heeft. Hij verzoekt verweerder te bemiddelen bij het verkrijgen van de adequate zorg. Eiser beoogt met dit verzoek uitdrukkelijk geen onderdak op de [Locatie] locatie in Ter Apel.

Keywords

AI generated
unfit notwithstanding health condition expulsion despite health conditions freedom to choose healthcare provider right to a decision contrary to medical advice provision of medical care
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/9070 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 september 2020 in de zaak tussen [eiser] , geboren op [1970] , van Algerijnse nationaliteit, eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. W.G. Fisher), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.P. Kallenbach). Procesverloop Op 23 januari 2019 heeft eiser verweerder verzocht om te bemiddelen naar een zorgaanbieder en het opstellen van een begeleidingsscenario. Bij brief van 19 juli 2019 heeft verweerder op het verzoek van eiser gereageerd.

Eiser heeft tegen deze brief bezwaar gemaakt. Bij besluit van 31 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser primair kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en subsidiair ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2020. Eiser en zijn gemachtigde zijn, zonder voorafgaand bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen 1. Eiser heeft in zijn brief van 23 januari 2019 beschreven dat hij hartproblemen en verslavingsproblematiek heeft. Hij verzoekt verweerder te bemiddelen bij het verkrijgen van de adequate zorg. Eiser beoogt met dit verzoek uitdrukkelijk geen onderdak op de [Locatie] locatie in Ter Apel.

2. Verweerder heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het bezwaar van eiser, gericht tegen verweerders brief van 19 juli 2019, kennelijk niet-ontvankelijk is. In de brief van 19 juli 2019 heeft verweerder aangegeven dat op hem geen rechtsplicht rust om voor eiser te bemiddelen naar een zorgaanbieder. Vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, zoals eiser, moeten zelf contact opnemen met een zorgaanbieder. Verweerder heeft in de brief van 19 juli 2019 alleen maar informatie verschaft aan eiser. Deze brief heeft geen rechtsgevolg in het leven geroepen. Daarom kan het bezwaar van eiser op deze brief niet worden aangemerkt als een bezwaar gericht tegen een feitelijke handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Subsidiair heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat het verzoek niet voor inwilliging in aanmerking komt.

3. Eiser voert aan dat verweerder zijn aanvraag ten onrechte niet heeft doorgestuurd. Als het verweerder niet duidelijk was waarheen het moest worden doorgestuurd, had hij de zaak niet als kennelijk ongegrond moeten afdoen, maar eiser moeten horen. Eiser vraagt de rechtbank in beroep te beslissen of zijn aanvraag moet worden doorgestuurd naar het LVV loket in Groningen, of het Wmo loket in Leeuwarden.

4. De rechtbank staat allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank stelt vast dat eiser in beroep geen gronden heeft aangevoerd tegen het primaire standpunt van verweerder, dat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is. Nu het primaire standpunt daarom standhoudt, zal de rechtbank het beroep al daarom ongegrond verklaren. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking meer.

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. Schuman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Beijl, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Corona virus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak alsnog in het openbaar uitgesproken. de griffier is verhinderd deze uitspraak te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.