Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:14396 ECLI:NL:RBDHA:2020:14396 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:14396 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:14396
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL20.5704 en NL20.5707 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] en [verzoekster], verzoekers V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: N. Warmelink). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2020:14396 · Rechtbank Den Haag: F. Khodajoo-Aziz Maleki), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: N. Warmelink). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).

Keywords

AI generated
unjustified procedural delay untimely restitution petition missed deadline late submission preclusion late objection to debt enforcement time limits for seeking redress

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL20.5704 en NL20.5707 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoeker] en [verzoekster], verzoekers V-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] (gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: N. Warmelink). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om vergoeding van hun proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek. Overwegingen De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)).

Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. De rechtbank kan beslissen dat een van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Verzoekers zijn op 4 maart 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op hun aanvragen. Verweerder heeft alsnog een beslissing genomen op hun aanvragen. Verzoekers hebben daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken. Verzoekers hebben daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.

Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker. De rechtbank leidt hier uit af dat verweerder er geen bezwaar tegen heeft om de proceskosten van verzoeker te vergoeden. Omdat verweerder pas nadat verzoekers in beroep zijn gegaan een beslissing heeft genomen, krijgen verzoekers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bbp) is dit een vast bedrag omdat verzoekers een professionele (juridische) hulpverlener hebben ingeschakeld om voor hun een beroepschrift in te dienen.

Omdat de rechtbank de zaken als samenhangende zaken ziet, wordt een bedrag toegekend zoals deze in één zaak zou worden gegeven. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt bovendien een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 262,50. Beslissing De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekers. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, rechter, in aanwezigheid van S.M.

Bakker, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt de uitspraak alsnog, voor zover nodig, in het openbaar uitgesproken. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: 19 augustus 2020 Documentcode: [documentcode] Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u hiertegen in verzet. U moet hiervoor binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt een verzetschrift indienen.

Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.