Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:13874 ECLI:NL:RBDHA:2020:13874 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:13874 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:13874
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/1545 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. M.P. de Witte), en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb), verweerder (gemachtigde: drs. W. van den Berg). Procesverloop Bij besluit van 16 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) afgewezen. Bij besluit van 18 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Legislator headnote

AI generated

artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht; ECLI:NL:RBDHA:2020:13874 · Rechtbank Den Haag: Eiseres is tijdelijk verhuisd binnen hetzelfde complex. Haar brievenbus zou daarbij in stand blijven. Ten tijde van het versturen van het primaire besluit was de brievenbus kennelijk toch afgesloten. Nadat verweerder het primaire besluit op 27 december 2019 opnieuw had verstuurd, heeft eiseres zo spoedig mogelijk bezwaar gemaakt. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het bezwaar van eiseres is daarom ontvankelijk en verweerder heeft eiseres dan ook terecht in haar bezwaar ontvangen. 4.3 Op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de AOW is verzekerd overeenkomstig de bepalingen van die wet degene die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en ingezetene is.

Keywords

AI generated
leave on social grounds ongoing social benefits prolonged absence abroad affiliation to social insurance expatriation and foreign residence allowances invalidity insurance

Cited Legislation

AI generated
artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht
Dit is volgens artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht alleen anders indien “redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest”, anders gezegd indien de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

Cited Case Law

AI generated
ECLI:NL:OGEABES:2014:1
Verzekerd overeenkomstig de bepalingen van deze wet is degene, die de leeftijd van vijftien jaar, doch niet die van 65 jaar heeft bereikt, indien hij: a.
ECLI:NL:OGHACMB:2014:110
HLAR 68703/14 Datum uitspraak: 15 december 2014 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak op het hoger beroep van: [Appellant], wonend te Sint Eustatius, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire, van 12 maart 2014 in zaak nr. War BES 2012/2 in het geding tussen: appellant en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Procesverloop Bij beschikking van 11 juli 2011 heeft de minister het aan appellant toegekende ouderdomspensioen per 1 januari 2011 vastgesteld op $ 354,- per maand.
ECLI:NL:CRVB:2016:1225
14/2851 AOW Datum uitspraak: 1 april 2016 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 april 2014, 13/9536 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. C.C.J.M. Weijers, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2016. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.
ECLI:NL:CRVB:2012:BV7609
10/2522 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant), tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 22 maart 2010, 09/1027 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellant en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb). Datum uitspraak: 2 maart 2012 I. PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 december 2011. Appellant is verschenen.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 20/1545 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. M.P. de Witte), en de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb), verweerder (gemachtigde: drs. W. van den Berg). Procesverloop Bij besluit van 16 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) afgewezen. Bij besluit van 18 februari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Overwegingen 1. De rechtbank gaat voor de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres, geboren op [geboortedag] 1952, woont sinds 13 juli 2018 in Nederland. Daarvoor woonde zij op Bonaire. Op 13 december 2018 heeft eiseres een AOW-pensioen bij verweerder aangevraagd. Bij het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres afgewezen.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Dit berust op het standpunt dat eiseres niet verzekerd was voor de AOW gedurende de periode dat zij op Bonaire woonde en minder dan een jaar in Nederland heeft gewoond voorafgaand aan de AOW-gerechtigde leeftijd. De AOW is niet van toepassing op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (de BES-eilanden). Eiseres heeft daarom geen recht op een AOW-pensioen.

3. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert aan dat de BES-eilanden sinds 10 oktober 2010 als openbare lichamen onderdeel zijn van Nederland. Deze eilanden functioneren als bijzondere gemeenten van Nederland. Eiseres woonde op en na 10 oktober 2010 op Bonaire en derhalve in het Caribische deel van Nederland. In de AOW wordt geen onderscheid gemaakt tussen het Caribische en het Europese deel van Nederland. Gelet hierop is eiseres vanaf 10 oktober 2010 te beschouwen als ingezetene van Nederland en verzekerd voor de AOW. Eiseres verwijst in beroep naar een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 12 maart 2014 (ECLI:NL:OGEABES:2014:1), waarin is geoordeeld dat het ouderdomspensioen op grond van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES (AOV BES) – gezien de inkomenssituatie op Bonaire – gelijkwaardig is te achten aan het AOW-pensioen – gezien de inkomenssituatie in (Europees) Nederland.

Nu eiseres naar Nederland is verhuisd en zij moet rondkomen van het lagere AOV BES-pensioen dat zij in Bonaire heeft opgebouwd, is sprake van een ongerechtvaardigde ongelijke behandeling ten opzichte van andere inwoners van Nederland. Zij wordt hierdoor onevenredig benadeeld.

4. De rechtbank komt tot de volgende beoordeling. 4.1 De rechtbank dient op de eerste plaats ambtshalve de ontvankelijkheid van het bezwaar te toetsen. Eiseres heeft op 7 januari 2020 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Dit is na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken voor het indienen van een bezwaarschrift. De bezwaartermijn is van openbare orde en daarmee een fatale termijn. Dit betekent dat bij het te laat indienen van het bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring moet volgen. Dit is volgens artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht alleen anders indien “redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaarschrift in verzuim is geweest”, anders gezegd indien de termijnoverschrijding verschoonbaar is. 4.2 Bij brief van 16 januari 2020 heeft eiseres verklaard dat het complex waarin zij woont in 2019 op grote schaal gerenoveerd werd.

Eiseres is tijdelijk verhuisd binnen hetzelfde complex. Haar brievenbus zou daarbij in stand blijven. Ten tijde van het versturen van het primaire besluit was de brievenbus kennelijk toch afgesloten. Nadat verweerder het primaire besluit op 27 december 2019 opnieuw had verstuurd, heeft eiseres zo spoedig mogelijk bezwaar gemaakt. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het bezwaar van eiseres is daarom ontvankelijk en verweerder heeft eiseres dan ook terecht in haar bezwaar ontvangen. 4.3 Op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de AOW is verzekerd overeenkomstig de bepalingen van die wet degene die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en ingezetene is.

In artikel 2 van de AOW is bepaald dat ingezetene is degene die in Nederland woont. 4.4 De beroepsgrond van eiseres dat de BES-eilanden, ook wel Caribisch Nederland genoemd, onder het begrip Nederland als bedoeld in de AOW vallen, volgt de rechtbank niet. De AOW is op grond van artikel 2 van de Invoeringswet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Invoeringswet) niet van toepassing verklaard op Caribisch Nederland. Caribisch Nederland valt dus buiten het begrip Nederland als bedoeld in artikel 2 van de AOW. De rechtbank merkt hierbij op dat de staatkundige wijzigingen van 10 oktober 2010 er niet toe hebben geleid dat het Europees Nederlandse socialezekerheidsstelsel vanaf die datum ook geldt voor Caribisch Nederland.

In dit verband wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij de Invoeringswet (Kamerstukken II 2008/09, 31957, nr. 3, p. 19). Op grond van deze Invoeringswet is een aantal Antilliaanse Landsverordeningen, waaronder de Landsverordening algemene ouderdomsverzekering, per 10 oktober 2010 omgezet in een Caribisch Nederlands socialezekerheidsstelsel. Het Caribisch Nederlands socialezekerheidsstelsel kent een eigen systematiek en voorziet in (vooralsnog), per eilandgebied variërende, lagere uitkeringen dan het Europees Nederlandse socialezekerheidsstelsel.

Bij uitspraak van 15 december 2014 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba geoordeeld dat – kort weergegeven – de verschillen in uitkeringsniveaus tussen aan de ene kant Caribisch Nederland en aan de andere kant Europees Nederland niet van redelijke grond zijn ontbloot en niet leiden tot een verboden ongelijke behandeling op grond van het Statuut, de Grondwet, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dan wel het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ECLI:NL:OGHACMB:2014:110). 4.5 Voorts volgt ook uit rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) (zie onder meer de uitspraak van 1 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1225) dat voor zover al sprake is van gelijke gevallen, de ongelijke behandeling in ieder geval gerechtvaardigd is, omdat in beginsel alle Nederlanders die niet woonachtig in Nederland zijn, gelijk worden behandeld.

Verder heeft de CRvB geoordeeld (uitspraak van 2 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV7609) dat het niet verzekerd achten van een niet-ingezetene geen ongerechtvaardigd onderscheid naar nationaliteit vormt. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep hiertegen ongegrond verklaard. Voor de beperking van de verzekeringsplicht voor de volksverzekeringen tot in beginsel ingezetenen, bestaat volgens de Hoge Raad een toereikende objectieve rechtvaardiging. 4.6 Uit het voorgaande volgt dat verweerder terecht heeft beslist dat eiseres in de periode dat zij op Bonaire woonde op en na 10 oktober 2010 niet als ingezetene kan worden aangemerkt.

Eiseres was daarom niet verzekerd voor de AOW en heeft geen recht op een AOW-pensioen.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P.G. van Egeraat, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2020. griffier de rechter is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.