ECLI:NL:RBDHA:2020:13306 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.3901 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser v-nummer: [#] (gemachtigde: mr. D. de Heuvel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 februari 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij bericht van 1 april 2020 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank desgevraagd meegedeeld dat zij recent geen contact meer heeft kunnen krijgen met haar cliënt. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld aangezien de vreemdeling is vertrokken zonder toestemming van verweerder en hierover geen contact heeft opgenomen met de bevoegde autoriteiten.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2020:13306 · Rechtbank Den Haag: Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.
Keywords
AI generatedCited Case Law
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummers: NL20.3901 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser v-nummer: [#] (gemachtigde: mr. D. de Heuvel), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 12 februari 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Bij bericht van 1 april 2020 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank desgevraagd meegedeeld dat zij recent geen contact meer heeft kunnen krijgen met haar cliënt. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld aangezien de vreemdeling is vertrokken zonder toestemming van verweerder en hierover geen contact heeft opgenomen met de bevoegde autoriteiten.
2. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit moet worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
3. Nu de gemachtigde van eiser heeft medegedeeld geen contact meer te hebben met haar cliënt, neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de eerder door hem gezochte bescherming in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.