ECLI:NL:RBDHA:2020:12820 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL20.19073 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A.D. Kupelian), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop . Bij besluit van 30 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2020:12820 · Rechtbank Den Haag: A.D. Kupelian), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop . Bij besluit van 30 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL20.19073 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , verzoeker V-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. A.D. Kupelian), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop . Bij besluit van 30 oktober 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.19072, plaatsgevonden op 26 november 2020. Beide partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Overwegingen 1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL20.19072, heeft de rechtbank het beroep in de bodemzaak waarover dit verzoek om voorlopige voorziening gaat ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer mogelijk.
De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Bouter, voorzieningenrechter, in aanwezigheid vanmr. H.L. de Vries, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.