Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:1087 ECLI:NL:RBDHA:2020:1087 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:1087 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:1087
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.1200 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. E. Sahin), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Jonkman). Procesverloop Bij besluit van 9 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:1087 · Rechtbank Den Haag: E. Sahin), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Jonkman). Procesverloop Bij besluit van 9 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Keywords

AI generated
unreasonableness of return to Afghanistan Albanian asylum request safe country illegal departure grounds post-flight political activities grounds for asylum
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.1200 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser v-nummer: [nummer] (gemachtigde: mr. E. Sahin), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R. Jonkman). Procesverloop Bij besluit van 9 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.1201, plaatsgevonden op 5 februari 2020. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Eiser is afkomstig uit Algerije. Algerije staat op de lijst met veilig landen van herkomst. Als uitgangspunt geldt dan ook dat Algerije zijn internationale verplichtingen nakomt.

2. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat Algerije in zijn situatie niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. Eiser heeft niet met stukken onderbouwd dat Algerije ten aanzien van hem zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Verweerder heeft terecht gewezen op de economische motieven van eiser om Algerije te verlaten. Zo heeft eiser tijdens zijn gehoor verklaard: Ik ben vertrokken vanwege de armoede en Als ik geld had, dan was ik daar zeker gebleven. Tot slot heeft eiser nogmaals bevestigend geantwoord op de vraag of hij Algerije enkel heeft verlaten vanwege de financiële situatie in Algerije.

3. De aanvraag is terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 5 februari 2020. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.