Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2020:10119 ECLI:NL:RBDHA:2020:10119 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2020:10119 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2020:10119
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/6777 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2020 in de zaak tussen [eiseres] , eiseres,V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Orhan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Mr. A. Orhan (Orhan) heeft namens eiseres beroep ingesteld kennelijk tegen een beslissing op bezwaar van verweerder van 5 augustus 2020. Bij aangetekende brief van 4 september 2020 is eiseres gevraagd om binnen vier weken de gronden van het beroep mee te delen en een kopie toe te sturen van het besluit waartegen het beroep is gericht. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 7 september 2020 is uitgereikt. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Legislator headnote

AI generated

artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 6:6 van de Awb, artikel 8:55 van de Awb; ECLI:NL:RBDHA:2020:10119 · Rechtbank Den Haag: Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van het beroep. Op grond van artikel 6:5, tweede lid, van de Awb moet met het beroepschrift een kopie van het bestreden besluit worden meegestuurd. Als aan vorengenoemde niet wordt voldaan, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het betrokkene niet kan worden toegerekend dat zij geen gronden van het beroep en geen kopie van het bestreden besluit heeft toegestuurd.

Keywords

AI generated
credibility of asylum claims right to naturalisation refugee status foreign resident rights applicability of immigration law integration of migrants

Cited Legislation

AI generated
artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
artikel 6:6 van de Awb
Als aan vorengenoemde niet wordt voldaan, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
artikel 8:55 van de Awb
griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb).
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 20/6777 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2020 in de zaak tussen [eiseres] , eiseres,V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Orhan), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Mr. A. Orhan (Orhan) heeft namens eiseres beroep ingesteld kennelijk tegen een beslissing op bezwaar van verweerder van 5 augustus 2020. Bij aangetekende brief van 4 september 2020 is eiseres gevraagd om binnen vier weken de gronden van het beroep mee te delen en een kopie toe te sturen van het besluit waartegen het beroep is gericht. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 7 september 2020 is uitgereikt. Overwegingen 1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van het beroep. Op grond van artikel 6:5, tweede lid, van de Awb moet met het beroepschrift een kopie van het bestreden besluit worden meegestuurd. Als aan vorengenoemde niet wordt voldaan, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van de Awb niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het betrokkene niet kan worden toegerekend dat zij geen gronden van het beroep en geen kopie van het bestreden besluit heeft toegestuurd.

3. Eiseres heeft bij het indienen van het beroep geen gronden van het beroep en geen kopie van het bestreden besluit meegestuurd. De rechtbank heeft eiseres gevraagd dit alsnog te doen. Zij heeft dit niet gedaan. Het is niet gebleken dat dit betrokkene niet is toe te rekenen.

4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van G. Murega, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2020. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 van de Awb). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.