Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:8757 ECLI:NL:RBDHA:2019:8757 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:8757 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:8757
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Team Familie zaaknummer / rekestnummer: C/09/571834 / FA RK 19-2829 Beschikking d.d. 8 augustus 2019 betreffende de echtscheiding in de zaak van: [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. E.M.T. van Ruitenbeek-de Bekker, gevestigd te 's-Gravenhage, tegen [de vrouw] , zonder bekende woon en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland, hierna te noemen de vrouw. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van de man, ingekomen op 10 april 2019; - het betekeningsexploot. 1.2.

Legislator headnote

AI generated

artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 820 lid 2 Rv; ECLI:NL:RBDHA:2019:8757 · Rechtbank Den Haag: Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing. 2.2.4. Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.

Keywords

AI generated
artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek artikel 820 lid 2 Rv

Cited Legislation

AI generated
artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek
Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing.
artikel 820 lid 2 Rv
Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt..

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Team Familie zaaknummer / rekestnummer: C/09/571834 / FA RK 19-2829 Beschikking d.d. 8 augustus 2019 betreffende de echtscheiding in de zaak van: [de man] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de man, advocaat mr. E.M.T. van Ruitenbeek-de Bekker, gevestigd te 's-Gravenhage, tegen [de vrouw] , zonder bekende woon en/of verblijfplaats binnen en buiten Nederland, hierna te noemen de vrouw. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van de man, ingekomen op 10 april 2019; - het betekeningsexploot. 1.2.

Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de vrouw geen verweerschrift ingediend. 2De beoordeling 2.1. Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2016 te [plaatsnaam] . De man heeft de Nederlandse nationaliteit. De vrouw heeft de Colombiaanse nationaliteit. 2.2. Scheiding 2.2.1. De man heeft verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Hij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. 2.2.2. Nu ten tijde van de indiening van het verzoekschrift de gewone verblijfplaats van de man zich in Nederland bevond, deze daar sinds ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan die indiening verblijfplaats had en ten tijde van de indiening reeds de Nederlandse nationaliteit bezat, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot echtscheiding. 2.2.3.

Op grond van artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding van toepassing. 2.2.4. Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.

3De beslissing

De rechtbank: 3.1. spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te [plaatsnaam] op [datum] 2016. Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. F.W. Zalm op 8 augustus 2019. Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt..