Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:6930 ECLI:NL:RBDHA:2019:6930 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:6930 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:6930
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.11182 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser (gemachtigde: mr. P.R. Klaver), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 14 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:6930 · Rechtbank Den Haag: Bij brief van 13 juni 2019 heeft verweerder meegedeeld dat gebleken is dat eiser op 6 juni 2019 met onbekende bestemming is vertrokken. Verder is eiser zonder opgaaf van reden op 5 juni 2019 niet meer bij de regievoerder van DT&V verschenen voor een (vertrek-)gesprek.

Keywords

AI generated
Nigerian asylum application visas, asylum, immigration, etc revocation of refugee status asylum for afghan nationals removal under immigration law prolonged absence abroad

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.11182 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser (gemachtigde: mr. P.R. Klaver), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 14 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.11183, plaatsgevonden op 19 juni 2019. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.S. Yap, als waarnemer van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum]. Op 12 februari 2019 heeft eiser een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

2. Bij brief van 13 juni 2019 heeft verweerder meegedeeld dat gebleken is dat eiser op 6 juni 2019 met onbekende bestemming is vertrokken. Verder is eiser zonder opgaaf van reden op 5 juni 2019 niet meer bij de regievoerder van DT&V verschenen voor een (vertrek-)gesprek.

3. De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 18 juni 2019 meegedeeld dat hij opdracht van eiser heeft gekregen om beroep in te stellen en dat eiser is ingelicht over de zitting.

4. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579, volgt dat indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.

5. Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende grond voor de conclusie dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser meegedeeld dat hij op 14 mei 2019 voor het laatst contact met eiser heeft gehad en dat hij niet weet waar eiser verblijft. Ook is eiser niet ter zitting verschenen. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een behandeling van het door hem ingestelde beroep. Dit brengt met zich mee dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.

6. Omdat het procesbelang is komen te ontvallen, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier. Deze uitspraak is ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.