ECLI:NL:RBDHA:2019:6907 · Rechtbank Den Haag
Legislator summary
AI generatedRechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: HA RK 19-49 Zaaknummer: C/09/566921 Datum beschikking: 11 juli 2019 Beschikking op het op 17 januari 2019 ingekomen verzoekschrift van: [Y] verzoeker, wonende in de Verenigde Arabische Emiraten, in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , Afghanistan, advocaat mr. A. Fakiri te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, verder te noemen “de IND”), zetelende te ’s-Gravenhage, vertegenwoordigd door mr.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBDHA:2019:6907 · Rechtbank Den Haag: Aan verzoeker is bij Koninklijk Besluit van 7 februari 2001 het Nederlanderschap verleend. [minderjarige] is geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , Afghanistan. Beoordeling Blijkens de overgelegde gelegaliseerde Afghaanse geboorteakte van [minderjarige] werd zij op [geboortedatum] 2002 geboren uit het huwelijk van haar Nederlandse vader en Afghaanse moeder. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap verkreeg [minderjarige] bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit door afstamming van haar vader. De IND stelt zich op het standpunt dat het verzoek kan worden ingewilligd.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: HA RK 19-49 Zaaknummer: C/09/566921 Datum beschikking: 11 juli 2019 Beschikking op het op 17 januari 2019 ingekomen verzoekschrift van: [Y] verzoeker, wonende in de Verenigde Arabische Emiraten, in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , Afghanistan, advocaat mr. A. Fakiri te ’s-Gravenhage. Als belanghebbende wordt aangemerkt: DE STAAT DER NEDERLANDEN, (Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst, verder te noemen “de IND”), zetelende te ’s-Gravenhage, vertegenwoordigd door mr.
C.M. Meijer. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift; - de brief van 7 maart 2019 van de zijde van de IND; - de brief van 23 april 2019, met bijlagen, van de zijde van verzoeker, - de brief van 17 mei 2019 van de zijde van de IND. Verzoek en het standpunt van de IND Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van het Nederlanderschap van [minderjarige] . De IND concludeert tot toewijzing van het verzoek. Feiten Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , Afghanistan. Verzoeker is op [huwelijksdatum] 1998 gehuwd met [X] , van Afghaanse nationaliteit.
Aan verzoeker is bij Koninklijk Besluit van 7 februari 2001 het Nederlanderschap verleend. [minderjarige] is geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , Afghanistan. Beoordeling Blijkens de overgelegde gelegaliseerde Afghaanse geboorteakte van [minderjarige] werd zij op [geboortedatum] 2002 geboren uit het huwelijk van haar Nederlandse vader en Afghaanse moeder. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap verkreeg [minderjarige] bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit door afstamming van haar vader. De IND stelt zich op het standpunt dat het verzoek kan worden ingewilligd.
De rechtbank wijst het verzoek derhalve als onweersproken en op de wet gegrond toe. Beslissing De rechtbank: stelt vast dat [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , Afghanistan, sinds haar geboorte en nog steeds de Nederlandse nationaliteit bezit. Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. Sluymer, rechter, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2019.