Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:6500 ECLI:NL:RBDHA:2019:6500 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:6500 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:6500
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.11395 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser (gemachtigde: mr. M. Drenth), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.F.E. Verdonck). Procesverloop Bij besluit van 15 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.11396, plaatsgevonden op 20 juni 2019. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:6500 · Rechtbank Den Haag: Aan de orde is gekomen dat eiser sinds 5 juni 2019 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. Eiser noch gemachtigde van eiser is ter zitting verschenen. Gemachtigde van eiser heeft aangegeven de afgelopen weken geen contact meer met eiser te hebben gehad. Hieruit moet worden afgeleid dat eiser blijkbaar geen prijs meer stelt op toelating tot Nederland. Om die reden heeft eiser niet langer belang bij een beoordeling van het beroep.

Keywords

AI generated
registration procedure not subject to registration withdrawal leading to termination serious defect in foreign proceedings prolonged absence abroad pending proceedings
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.11395 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam], eiser (gemachtigde: mr. M. Drenth), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. S.F.E. Verdonck). Procesverloop Bij besluit van 15 mei 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.11396, plaatsgevonden op 20 juni 2019. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen 1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

2. Aan de orde is gekomen dat eiser sinds 5 juni 2019 staat geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. Eiser noch gemachtigde van eiser is ter zitting verschenen. Gemachtigde van eiser heeft aangegeven de afgelopen weken geen contact meer met eiser te hebben gehad. Hieruit moet worden afgeleid dat eiser blijkbaar geen prijs meer stelt op toelating tot Nederland. Om die reden heeft eiser niet langer belang bij een beoordeling van het beroep.

3. Nu het procesbelang is komen te ontvallen, wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier, op 20 juni 2019. Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.