Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:3399 ECLI:NL:RBDHA:2019:3399 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:3399 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:3399
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Gouda JPV Rep.nr.: 7469577 \ EJ VERZ 19-80261 Uitspraakdatum: 2 april 2019 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] verzoekende partij, verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek, verder te noemen: de werkgever, gemachtigde: mr. R. de Rijk, tegen Stichting Gemeenschapsvoorzieningen Hazerswoude Dorp, gevestigd te Hazerswoude Dorp , verwerende partij, verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek, verder te noemen: de werknemer, gemachtigde: mr. J.D.J.

Legislator headnote

AI generated

artikel 7:671b lid 6 BW; ECLI:NL:RBDHA:2019:3399 · Rechtbank Den Haag: De gemachtigde van de werkgever heeft ter zitting pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden. 2De beoordeling 2.1. De werkgever heeft ter zitting het aan de werknemer gegeven ontslag op staande voet ingetrokken en verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 sub a BW. Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk is.

Keywords

AI generated
cascading employment contract contractor remuneration posted workers detachment employment relationship continuation of contract right to disconnect

Cited Legislation

AI generated
artikel 7:671b lid 6 BW
Gesteld noch gebleken is dat het verzoek verband houdt met omstandigheden waarop de opzegverboden genoemd in artikel 7:671b lid 6 BW betrekking hebben.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Gouda JPV Rep.nr.: 7469577 \ EJ VERZ 19-80261 Uitspraakdatum: 2 april 2019 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] verzoekende partij, verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek, verder te noemen: de werkgever, gemachtigde: mr. R. de Rijk, tegen Stichting Gemeenschapsvoorzieningen Hazerswoude Dorp, gevestigd te Hazerswoude Dorp , verwerende partij, verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek, verder te noemen: de werknemer, gemachtigde: mr. J.D.J.

Kokje. 1Het procesverloop 1.1 De werknemer heeft de kantonrechter bij verzoekschrift, ter griffie ingekomen op d.d. 16 januari 2019, verzocht het gegeven ontslag op staande voet te vernietigen. De werkgever heeft een verweerschrift ingediend, alsmede een voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. 1.2 Op 18 maart 2019 heeft de mondelinge behandeling van de verzoeken plaatsgevonden. Verschenen zijn de werknemer in persoon met haar gemachtigde en [naam] , [naam] en [naam] namens de werkgever, bijgestaan door haar gemachtigde.

De gemachtigde van de werkgever heeft ter zitting pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden. 2De beoordeling 2.1. De werkgever heeft ter zitting het aan de werknemer gegeven ontslag op staande voet ingetrokken en verzocht de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 sub a BW. Aan dit verzoek legt de werkgever ten grondslag dat sprake is van – kort gezegd – een verstoorde arbeidsverhouding en dat herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk is.

Daarbij valt zowel de werkgever als de werknemer geen verwijt te maken. 2.2. De werknemer verzet zich tegen inwilliging van het verzoek, maar erkent dat inmiddels sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever in redelijkheid niet meer kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook de werknemer ziet geen mogelijkheden meer voor herplaatsing en ziet in dat geen van beide partijen een verwijt valt te maken. 2.3. Nu de werknemer heeft erkend dat de arbeidsverhouding verstoord is, en partijen het erover eens zijn dat die verstoring onherstelbaar is en herplaatsing van de werknemer niet meer mogelijk moet worden geacht, waarbij geen van partijen een verwijt valt te maken zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbinden.

Gelet op het standpunt van partijen is immers sprake van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1 sub a BW juncto artikel 7:669 lid 3 sub g BW, en is er geen mogelijkheid tot herplaatsing van de werknemer. 2.4. Gesteld noch gebleken is dat het verzoek verband houdt met omstandigheden waarop de opzegverboden genoemd in artikel 7:671b lid 6 BW betrekking hebben. 2.5. Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een opzegtermijn van één maand. Partijen zijn het er eveneens over eens dat de arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met ingang van 1 juli 2019. 2.6.

Partijen zijn overeengekomen dat de werkgever aan werknemer een vergoeding, waarin begrepen de transitievergoeding, van € 45.333,00 zal voldoen. Partijen zijn eveneens overeengekomen dat deze vergoeding in 12 maandelijkse termijnen, ingaande per 1 juli 2019, voldaan gaat worden. Overeenkomstig het verzoek van partijen zal de werkgever worden veroordeeld tot het betalen van die vergoeding. 2.7. Er is geen grond om werkgever de gelegenheid te bieden het verzoek in te trekken. 2.8. De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval geen aanleiding om een van de partijen in de kosten te veroordelen.

3De beslissing

De kantonrechter: 3.1. ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2019; 3.2. veroordeelt de werkgever om aan de werknemer een vergoeding te betalen van € 45.333,00, te voldoen in 12 maandelijkse termijnen, ingaande per 1 juli 2019; 3.3. bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt; 3.4. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. J.C. Gerritse en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2019.