Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:3288 ECLI:NL:RBDHA:2019:3288 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:3288 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:3288
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.4466 V-nummer: [nummer] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres (gemachtigde: mr. J.C.A. Koen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. van Hoof). Procesverloop Bij besluit van 26 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:3288 · Rechtbank Den Haag: J.C.A. Koen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. van Hoof). Procesverloop Bij besluit van 26 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Keywords

AI generated
asylum for Eritrean nationals risk of emigration principle of non-refoulement immigration and asylum policy entry into a country grounds for asylum
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.4466 V-nummer: [nummer] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiseres (gemachtigde: mr. J.C.A. Koen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E. van Hoof). Procesverloop Bij besluit van 26 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL19.4467, plaatsgevonden op 21 maart 2019. Eiseres en haar gemachtigde zijn, na voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek van eiseres om internationale bescherming.

Eiseres heeft immers eerder in Italië asiel gevraagd en Italië heeft ingestemd met terugname van eiseres op die grond. Verweerder heeft verder gemotiveerd uiteengezet waarom eiseres geen beroep toekomt op de gezinsbepalingen uit de Dublinverordening.

2. Verder heeft verweerder gemotiveerd waarom eiseres niet is te beschouwen als een kwetsbare asielzoekster, ten aanzien van wie extra garanties moeten worden verkregen voor wat betreft de opvang in Italië. Zoals verweerder terecht stelt is de situatie van eiseres niet vergelijkbaar met die van de betrokkenen in de Tarakhel-zaak. De stelling dat zij als alleenstaande vrouw het risico loopt om slachtoffer te worden van mensenhandel of om te worden geprostitueerd is onvoldoende om aan te nemen dat Italië haar geen toereikende opvang of bescherming zal kunnen bieden. De genoemde algemene informatie uit 2015 over mensenhandel en prostitutie vanuit Eritrea naar Italië laat verder onverlet dat niet is gebleken van enige aanwijzing voor persoonlijke vrees van eiseres in dat verband.

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 21 maart 2019. Deze uitspraak is aan partijen toegezonden op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van toezending van dit proces-verbaal.