Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:2452 ECLI:NL:RBDHA:2019:2452 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:2452 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:2452
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL19.3187 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. F. Boone), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: Ch.R. Vink). Procesverloop Bij besluit van 12 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL 19.3188, plaatsgevonden op 7 maart 2019. Eiser is, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken. Uit informatie van 21 februari 2019 van de Dienst Terugkeer en Vertrek blijkt dat eiser zelfstandig de woonruimte op het AZC heeft verlaten.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:2452 · Rechtbank Den Haag: Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.

Keywords

AI generated
withdrawal leading to termination lawful return deemed withdrawal revocation of residence permit abandonment of employment voluntary departure
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL19.3187 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. F. Boone), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: Ch.R. Vink). Procesverloop Bij besluit van 12 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL 19.3188, plaatsgevonden op 7 maart 2019. Eiser is, met kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is met onbekende bestemming vertrokken. Uit informatie van 21 februari 2019 van de Dienst Terugkeer en Vertrek blijkt dat eiser zelfstandig de woonruimte op het AZC heeft verlaten.

2. Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat eiser geen procesbelang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Heekelaar, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.