Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:2214 ECLI:NL:RBDHA:2019:2214 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:2214 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:2214
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.1191 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. M.M. van Woensel), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet ontvankelijk verklaard omdat aan eiser internationale bescherming is verleend in Italië.

Legislator headnote

AI generated

artikel 3 van het EVRM; ECLI:NL:RBDHA:2019:2214 · Rechtbank Den Haag: Verweerder heeft in eisers verklaringen dat hij geen toereikende medische zorg heeft gehad en dat hij problemen had met de leefbaarheid in Italië geen aanleiding hoeven zien voor een andere oordeel. Verweerder stelt terecht dat eiser daarmee niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij onderworpen is geweest aan een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en dat de autoriteiten van Italië hem in dat verband geen hulp of bescherming konden of wilden bieden. Dit is in de gronden van beroep niet weerlegd.

Keywords

AI generated
refugee status unlawful stay residence permits expatriation and foreign residence allowances Roma asylum application safe return

Cited Legislation

AI generated
artikel 3 van het EVRM
Verweerder stelt terecht dat eiser daarmee niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij onderworpen is geweest aan een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en dat de autoriteiten van Italië hem in dat verband geen hulp of bescherming konden of wilden bieden.
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.1191 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. M.M. van Woensel), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 januari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet ontvankelijk verklaard omdat aan eiser internationale bescherming is verleend in Italië.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van zijn beroep (NL19.1192) Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling het verzoek, plaatsgevonden op 21 februari 2019. Partijen zijn, met bericht van afwezigheid, niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. Eiser geniet internationale bescherming in Italië.

Verweerder heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat van eiser verwacht mag worden dat hij afreist naar Italië.

2. Verweerder heeft in eisers verklaringen dat hij geen toereikende medische zorg heeft gehad en dat hij problemen had met de leefbaarheid in Italië geen aanleiding hoeven zien voor een andere oordeel. Verweerder stelt terecht dat eiser daarmee niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij onderworpen is geweest aan een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM en dat de autoriteiten van Italië hem in dat verband geen hulp of bescherming konden of wilden bieden. Dit is in de gronden van beroep niet weerlegd.

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 21 februari 2019. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden