Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:1302 ECLI:NL:RBDHA:2019:1302 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:1302 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:1302
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team insolventies – enkelvoudige kamer insolventienummer: C/09/19/35 R Vonnis van 14 februari 2019 [verzoeker], wonende te [adres] [postcode en woonplaats], verzoeker, heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. De verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 31 januari 2019. De beoordeling De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO), bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:1302 · Rechtbank Den Haag: Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. De verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 31 januari 2019. De beoordeling De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO), bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

Keywords

AI generated
reintegration into employment temporary layoff suspension of unemployment benefits redundancy medically certified work incapacity waiver of wage claims
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team insolventies – enkelvoudige kamer insolventienummer: C/09/19/35 R Vonnis van 14 februari 2019 [verzoeker], wonende te [adres] [postcode en woonplaats], verzoeker, heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. De verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 31 januari 2019. De beoordeling De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO), bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.

Gebleken is dat verzoeker in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Verzoeker heeft op zitting aangegeven dat hij niet meer in staat is om te werken en dat hij geestelijk ‘op’ is. De rechtbank is echter niet bekend met medische stukken waaruit blijkt dat verzoeker niet kan werken. Aangezien de arbeidsplicht van verzoeker komt te vervallen per 1 juli 2019 vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, zal de rechtbank verzoeker toelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen per 1 juli 2019.

De verplichtingen die aan deze regeling verbonden zijn gaan tevens in per 1 juli 2019. De beslissing De rechtbank: - spreekt met ingang van 1 juli 2019 de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker] geboren op [geboortedatum] 1953 te [geboorteplaats], wonende te [adres, postcode en woonplaats]; - verstaat dat deze insolventieprocedure een hoofdinsolventieprocedure is als bedoeld in artikel 3, eerste lid, Verordening 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie (herschikking IVO); - benoemt tot rechter-commissaris mr.

H.W. Vogels, en tot bewindvoerder N. Pavljasevic (Van der Linden C.S.), correspondentieadres: Postbus 187 3330 AD Zwijndrecht; - stelt vast dat alle reeds gelegde beslagen komen te vervallen per 1 juli 2019; - kent aan de bewindvoerder voor de duur van de schuldsaneringsregeling een voorschot toe op het salaris ter hoogte van het bedrag als bedoeld in artikel 320, lid 6 van de Faillissementswet en vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur; - geeft per 1 juli 2019 last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van 13 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.W. Vogels, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2019 in tegenwoordigheid van A.J. Derks, griffier. De behandelend juridisch medewerker is mr. F.M. Verburg.