Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:9610 ECLI:NL:RBDHA:2018:9610 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:9610 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:9610
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12352 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. A.I. Engelsman), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 25 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:9610 · Rechtbank Den Haag: A.I. Engelsman), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 25 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Keywords

AI generated
deportation in asylum proceedings departure deadline withdrawal of legal aid expatriation and foreign residence allowances international protection reinstatement of refugee status

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12352 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. A.I. Engelsman), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 25 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juli 2018. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen Vast staat dat eiser op 5 juli 2018 met onbekende bestemming is vertrokken. Zijn gemachtigde heeft laten weten dat zij op 5 juli 2018 nog via WhatsApp contact gehad met eiser, maar daarna niet meer.

Er zijn kennelijk ook geen vervolgafspraken gemaakt tussen eiser en zijn gemachtigde. De rechtbank leidt hieruit af dat eiser geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde. Gelet op vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 1 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3298) concludeert de rechtbank dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande en heeft hij geen rechtens te beschermen belang bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier, op 26 juli 2018. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.