Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2018:9541 ECLI:NL:RBDHA:2018:9541 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:9541 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2018:9541
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12185 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 28 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2018:9541 · Rechtbank Den Haag: H.C.Ch. Kneuvels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 28 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Keywords

AI generated
Roma asylum application refugee status credibility of asylum claims political asylum Dublin transfer to Croatia asylum for Eritrean nationals
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12185 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 28 juni 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.12186, plaatsgevonden op 26 juli 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Assaidi. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1.

Eiser stelt staatloos te zijn. Hij is geboren op [geboortedatum] .

2. Niet in geschil is dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag omdat eiser met een visum van dat land het grondgebied van de Dublinlidstaten is ingereisd. Met het claimakkoord van 21 mei 2018 hebben de Italiaanse autoriteiten gegarandeerd het asielverzoek van eiser in behandeling te nemen. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de recente politieke ontwikkelingen in Italië die in de door eiser overgelegde internetberichten staan vermeld, niet zien op de opvang van Dublinclaimanten in Italië. Met deze stukken is niet onderbouwd dat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië kan worden uitgegaan.

3. Het beroep is ongegrond.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2018 door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen een week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.